Succesvolle derde netwerk bijeenkomst Postharvest Network (in Dutch)

Op donderdag 28 januari 2016 was er weer een geslaagde bijeenkomst van het Postharvest Network in de New World Campus in Den Haag. Na een introductie door Dirk ‘t Hooft van het Postharvest Network volgden enkele presentaties. Vervolgens werd er geanimeerd gediscussieerd over een aantal stellingen met vraagstukken geformuleerd door het Postharvest Network. De middag eindigde met de traditionele netwerkborrel. Hieronder een korte samenvatting van de verschillende presentaties die tijdens de netwerk bijeenkomst zijn gegeven.

Marcel Vernooij (Min BuZa) – “Efficiënte voedselketens, voor people, planet & profit”

De eerste presentatie werd verzorgd door Marcel Vernooij van de Directie Duurzame Economische Ontwikkeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij sprak over de verbinding van het Postharvest Network met voedselzekerheid en over de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Marcel gaf drie uitdagingen aan voor het Postharvest Network:

  • Laat zien dat de integrale aanpak werkt;
  • Investeer in nieuwe vormen van samenwerking;
  • Blijf luisteren naar partners in het zuiden.

Hij beëindigde zijn inleiding met een oproep om met elkaar (bedrijven, civil society, kennisinstellingen en overheid) deze uitdagingen op te pakken en internationaal verder te gaan met slimme agrologistiek en efficiënte voedselketens: for people, planet & profit.

U kunt zijn blog hier lezen.

Herman de Boon (VGB) – “Feeding / Greening Cities”

news160205-1 De tweede presentatie werd verzorgd door Herman de Boon, voorzitter van de VGB en van de Dutch Horticultural Trade Board, een uitvoeringsorganisatie van Greenport Holland. Hij ging in op de vraag hoe het Nederlandse bedrijfsleven door het reduceren van Postharvest Losses een bijdrage kan leveren aan het vraagstuk van het “feeding and greening the cities”. Hoe voorzien we de steeds groter wordende steden in de toekomst op duurzame wijze van hun voedsel? Glocalisatie (globale voedselketens verbinden aan lokale bevoorrading) biedt kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Herman schetste de ontwikkeling van postharvest technologie door de eeuwen heen en de substantiële bijdrage van de Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven. Niet alleen in techniek en hardware, maar ook in de “orgware”, de samenwerking van bedrijven en personen in agrologistieke ketens. In de discussie naar aanleiding van zijn inleiding werd de vraag gesteld of Nederlandse bedrijven in staat zijn om met hun hoogwaardige technologische oplossingen op concurrerende wijze op lokale markten in ontwikkelende markten te kunnen opereren. Nederlandse bedrijven moeten samen met de opdrachtgever specifieke (soms “low-tech”) producten ontwikkelen. Volgens Herman is daarvoor is goede training en opleiding nodig. In de Tuinbouwsector worden “adaptive technology” projecten opgezet. Het Postharvest Network is, in samenwerking met het Food & Business Knowledge Platform en met Pure Birds, bezig om een aantal bedrijven bij elkaar te brengen die hun strategische vraagstukken over de ontwikkeling van hun “Fit-to-Purpose” aanpak met elkaar willen delen.

U kunt de presentatie (PDF) hier downloaden.

Renske Franken (DADTCO) – “Cassave revolutie met mobiele technologie”

news160205-2In de derde presentatie gaf Renske Franken een overzicht van de ontwikkeling van de mobiele cassave verwerkingsfabriek van DADTCO. Cassave is een bederfelijk product dat binnen 48 uur na de oogst verwerkt moet worden. Door de gebrekkige infrastructuur in de meeste Afrikaanse landen is het vrijwel onmogelijk om de cassave op tijd naar een centraal gelegen fabriek te vervoeren. Daarom ontstond het idee om de fabriek naar de boer te brengen. DADTCO geeft de boeren een prijsgarantie voor de komende oogst. De boer is niet verplicht zijn cassave-oogst bij DADTCO af te leveren. Er wordt een “cake” van gemaakt die 1 jaar houdbaar is en bedoeld is voor de “high-end” markt en ook een droog (poeder)product. DADTCO heeft ca. 15 jaar geïnvesteerd in de ontwikkeling van de fabriek en het lokale netwerk (kennis en opleiding). Renske noemde de ontwikkeling van het lokale netwerk als voorwaarde voor het huidige succes. DADTCO voorziet boeren van teeltadviezen. Naar aanleiding van de inleiding ontspon zich een discussie over de vraag welke rol de overheid speelt. De overheid is essentieel om toegang te krijgen tot de lokale markten. Het is niet de bedoeling van DADTCO om lokale markten en producten te verdringen. Per land worden verschillende “joint-ventures” opgericht.

U kunt de presentatie (PDF) hier downloaden.

Sander van Schaik (FFT) – “Alternative approach to traditional development cooperation”

news160205-3Sander van Schaik presenteerde het social business project in India en Nepal van het bedrijf Fresh Food Technology. In dit project is een systeem ontwikkeld om appels die in Nepal geteeld worden voor de Indiase markt (met name Delhi) op 10 collectiepunten te verpakken en op te slaan. Zodat ze buiten de oogsttijd, als het regenseizoen voorbij is, naar Delhi vervoerd kunnen worden op het moment dat daar het aanbod van lokale appels beperkt is. Op die collectiepunten zijn vervolgens allerlei activiteiten ontwikkeld die waarde toevoegen, zoals koelcellen en appelsapfabrieken. Bij de ontwikkeling daarvan is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van lokale technologie. Het heeft lang geduurd voor er voldoende vertrouwen was van lokale telers om afspraken te maken over de eigendomsverhoudingen en de verdeling van kosten en baten. Alle deelnemende boeren hebben een aandeel in de “farmers trust” die het beheer heeft over de collectiepunten, koelcellen en appelsapfabrieken. Vanuit die trust worden de investeerders terugbetaald. De boeren kunnen via een website alle gegevens van de trust inzien (volledig transparant). Er worden gesprekken gevoerd met de Wereldbank om te bezien of dit model ook toepasbaar is in andere landen. Tijdens de discussie bleek dat de looptijd van dit project ca. 10 jaar is en werd nogmaals bevestigd dat niet alleen de technologie van belang is, maar juist ook het organisatorische model. Door de kortere en efficiëntere keten is er veel minder verlies van appels, hoewel dat niet gekwantificeerd kon worden.